De taalontwikkeling 3-4 jaar

 

Een kind van deze leeftijd heeft al hele gesprekjes. Je hoeft hem bijna niet meer te helpen om iets duidelijk te maken.

 

Aanvankelijk spreekt je kind in deze fase in uitingen van drie tot vijf woorden. De grammaticale structuur is vaak nog erg afwijkend van de ‘volwassen’ grammaticale structuur; bijvoorbeeld ‘Ik is recht bij de wei hardgeloopt, ikke’ (Ik ben langs het weiland gerend), ‘Trailer is ook lampjes, blauwe’ (De trailer heeft blauwe lampjes). Als je kind (bijna) 4 jaar is spreekt het waarschijnlijk in eenvoudige, enkelvoudige zinnetjes. Deze zinnetjes hebben al meer een grammaticale structuur zoals ‘Ik heb al gedrinkt, mama, ‘Ik heb heel veel slokjes genemen’, ‘Ik heb de stoel omgeslaagd’ en ‘Dat vind ik niet beterder’. Ook kan je kind nu de voornaamwoorden ‘wij’ en ‘jullie’ op een goede manier in zijn verhalen gebruiken.

 

Langzaam ontstaan steeds vaker samengestelde zinnen. Het kind gaat dan twee of meer ideeën met elkaar verbinden zoals ‘Als ik later een grote meneer ben, ga ik ook naar de kapper’. Of: ‘Ik denk dat in dit bos wel enge monsters zijn, mama’.

 

Dat je kind steeds meer verbanden kan begrijpen blijkt ook uit de eindeloze reeks vragen naar het ‘waarom’ waarmee het soms komt. Het wil op deze leeftijd alles weten. Doordat het kind je het een en ander hoort vertellen, leert het stap voor stap de wereld te begrijpen. Door de vele antwoorden op de ‘waarom’-vragen leert je kind tevens een moeilijke zinsconstructie beheersen. Bijvoorbeeld: ‘Omdat het nu bedtijd is’ in plaats van ‘Het is nu bedtijd’.

 

Taal wordt zo steeds meer een instrument om mee te denken, te leren en te fantaseren. Je kind gebruikt taal voor meer redenen. Om zijn eigen gedrag en dat van anderen te sturen of te beïnvloeden, om van te voren plannen te maken, om te anticiperen op wat er gaat gebeuren, om te vertellen over dingen die zijn gebeurd en om een fantasiewereld te scheppen.

 

Je kind begrijpt nu heel veel taal en vangt ook allerlei opmerkingen op waarvan je niet eens wist dat het ze hoorde en begreep! Het kind antwoordt zonder problemen op vragen als ‘Waar is je jas?’ Ook langere zinnen en vragen naar het waarom kan het nu zelf beantwoorden. Je kind neemt nog veel taal letterlijk. Op een opdracht als: ‘Wie het hoogste gooit mag beginnen’, zal hij de dobbelsteen zo hoog mogelijk in de lucht gooien.

 

Je kind spreekt nu redelijk goed verstaanbaar. Ongeveer driekwart van wat het zegt kunnen onbekenden al goed verstaan.

 

Tips en adviezen:

Lees samen een boekje en vertel om de beurt hoe het verhaaltje ging. Je kunt ook praten over wat er in het verhaal gebeurde. Heeft je kind dat ook al eens meegemaakt en hoe is het afgelopen? Kinderen vinden het fijn om steeds hetzelfde verhaal te horen. Door zelf regelmatig een boek te lezen geeft je het goede voorbeeld; namelijk dat lezen leuk is.

 

Je kind gaat steeds meer nadenken en verbanden leggen. Je kunt het denken stimuleren door vragen te stellen: ‘Waarom heb ik vandaag een paraplu?’.

 

Suggesties spelmateriaal voor oudere peuters/kleuters


Locatie Molenhoek

Logopediepraktijk Nicole Körber-Thelosen

Prinsenweg 6

6584 AZ  Molenhoek

Email: info@logopediemolenhoekvenlo.nl

Telefoon: 06-25164341